Información sobre la palabra doormengen (neerlandés → Esperanto: miksi)

Sinónimos: mengen, vermengen, wassen, mêleren

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/doːrˈmɛŋə(n)/
Separacióndoor·men·gen

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) doormeng(ik) doormengde
(jij) doormengt(jij) doormengde
(hij) doormengt(hij) doormengde
(wij) doormengen(wij) doormengden
(jullie) doormengen(jullie) doormengden
(gij) doormengt(gij) doormengdet
(zij) doormengen(zij) doormengden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) doormenge(dat ik) doormengde
(dat jij) doormenge(dat jij) doormengde
(dat hij) doormenge(dat hij) doormengde
(dat wij) doormengen(dat wij) doormengden
(dat jullie) doormengen(dat jullie) doormengden
(dat gij) doormenget(dat gij) doormengdet
(dat zij) doormengen(dat zij) doormengden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
doormengdoormengt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
doormengend, doormengende(hebben) doormengd

Muestras de uso

Nauwelijks was ik tien schreden verdergegaan of de wolken ontlastten zich in dikke regendroppels, met zware hagelstenen doormengt.

Traducciones

alemánmengen; mischen
catalánbarrejar; mesclar
checomíchat; mísit; smíchat; smísit; namíchat
danésblande
españolmezclar
esperantomiksi
feroésblanda
finéssekoittaa
francésmélanger; mêler; retourner
frisón de Saterlandmoange; miskje
frisón occidentalminge
húngarokever
inglésblend; mingle; mix; shuffle
latínmiscere
luxemburguésvermëschen
malayomencampuri
noruegoblande
papiamentomeks; meskla
portuguésbaralhar; mesclar; mexer; misturar
sranan tongomoksi
suecoblanda; sammanblanda
tailandésเจือ