Información sobre la palabra toestoten (neerlandés → Esperanto: ekpuŝi)

Sinónimos: aanstoten, een duw geven, stoten

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈtustotə(n)/
Separacióntoe·sto·ten

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) stoot toe(ik) stiet toe, stootte toe
(jij) stoot toe(jij) stiet toe, stootte toe
(hij) stoot toe(hij) stiet toe, stootte toe
(wij) stoten toe(wij) stieten toe, stootten toe
(jullie) stoten toe(jullie) stieten toe, stootten toe
(gij) stoot toe(gij) stiet toe, stoottet toe
(zij) stoten toe(zij) stieten toe, stootten toe
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) toestote(dat ik) toestiete, toestootte
(dat jij) toestote(dat jij) toestiete, toestootte
(dat hij) toestote(dat hij) toestiete, toestootte
(dat wij) toestoten(dat wij) toestieten, toestootten
(dat jullie) toestoten(dat jullie) toestieten, toestootten
(dat gij) toestotet(dat gij) toestietet, toestoottet
(dat zij) toestoten(dat zij) toestieten, toestootten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
stoot toestoot toe
Participios
Participio presenteParticipio pasado
toestotend, toestotende(hebben) toegestoten

Muestras de uso

Bogen gonsden, speren stootten toe en zwaarden suisden in het rond en hakten op de tegenstander in.
Glawen stootte toe met zijn mes, en boorde het diep in haar buik.
Hij lachte en vloekte terwijl hij pareerde en toestootte.

Traducciones

esperantoekpuŝi
frisón occidentaloanstjitte; oanstompe
inglésjog; nudge
tailandésกระแทก