Información sobre la palabra decelereren (neerlandés → Esperanto: malakceli)

Sinónimo: vertragen

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/deseləˈrerə(n)/, /deseleˈrerə(n)/
Separaciónde·ce·le·re·ren

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) decelereer(ik) decelereerde
(jij) decelereert(jij) decelereerde
(hij) decelereert(hij) decelereerde
(wij) decelereren(wij) decelereerden
(jullie) decelereren(jullie) decelereerden
(gij) decelereert(gij) decelereerdet
(zij) decelereren(zij) decelereerden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) decelerere(dat ik) decelereerde
(dat jij) decelerere(dat jij) decelereerde
(dat hij) decelerere(dat hij) decelereerde
(dat wij) decelereren(dat wij) decelereerden
(dat jullie) decelereren(dat jullie) decelereerden
(dat gij) decelereret(dat gij) decelereerdet
(dat zij) decelereren(dat zij) decelereerden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
decelereerdecelereert
Participios
Participio presenteParticipio pasado
decelererend, decelererende(zijn) gedecelereerd

Traducciones

alemánhemmen; verzögern
esperantomalakceli
francésralentir; décélérer; retarder; faire traîner en longueur
inglésdecelerate; slow down
italianodecelerare
portuguésafrouxar; amortecer; atrasar; travar