Información sobre la palabra stellen (neerlandés → Esperanto: aserti)

Sinónimos: beweren, verzekeren, poneren, claimen

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈstɛlə(n)/
Separaciónstel·len

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) stel(ik) stelde
(jij) stelt(jij) stelde
(hij) stelt(hij) stelde
(wij) stellen(wij) stelden
(jullie) stellen(jullie) stelden
(gij) stelt(gij) steldet
(zij) stellen(zij) stelden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) stelle(dat ik) stelde
(dat jij) stelle(dat jij) stelde
(dat hij) stelle(dat hij) stelde
(dat wij) stellen(dat wij) stelden
(dat jullie) stellen(dat jullie) stelden
(dat gij) stellet(dat gij) steldet
(dat zij) stellen(dat zij) stelden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
stelstelt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
stellend, stellende(hebben) gesteld

Muestras de uso

Een adviseur van de Oekraïense president Volodymyr Zelensʹkyj stelde dat de Russen in de omgeving van Kiëv zaterdag geen voortuitgang hadden geboekt.
Onder meer Amnesty stelde in december vorig jaar dat Israël zich schuldig maakt aan genocide.
Veel politici van andere partijen stellen dat Johnson alleen spijt heeft omdat hij is betrapt.
Kiëv stelt dat Rusland de hand heeft in de protesten.
De verdachte stelde voor de politierechter dat dit niet opzettelijk gebeurde, maar de officier van justitie trekt deze versie van het verhaal in twijfel.

Traducciones

afrikáansbeweer
alemánbehaupten; versichern; beteuern
bajo sajónbewären
catalánafirmar; assegurar; asserir; asseverar
danéshævde; påstå
españoladucir; afirmar; aseverar; sostener
esperantoaserti
feroésvissa; vátta
francésaffirmer
frisón de Saterlandbehauptje
frisón occidentalbeweare
húngaroállít
inglésstate
islandésstaðhæfa
italianoasserire; sostenere; affermare
latínautumare
noruegohevde; påstå
portuguésafiançar; assegurar; asseverar; certificar; garantir; sustenar
suecohävda; påstå