Información sobre la palabra aanbetalen (neerlandés → Esperanto: pagi la unuan parton)

Sinónimo: een aanbetaling doen

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈambətalə(n)/
Separaciónaan·be·ta·len

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) betaal aan(ik) betaalde aan
(jij) betaalt aan(jij) betaalde aan
(hij) betaalt aan(hij) betaalde aan
(wij) betalen aan(wij) betaalden aan
(jullie) betalen aan(jullie) betaalden aan
(gij) betaalt aan(gij) betaaldet aan
(zij) betalen aan(zij) betaalden aan
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) aanbetale(dat ik) aanbetaalde
(dat jij) aanbetale(dat jij) aanbetaalde
(dat hij) aanbetale(dat hij) aanbetaalde
(dat wij) aanbetalen(dat wij) aanbetaalden
(dat jullie) aanbetalen(dat jullie) aanbetaalden
(dat gij) aanbetalet(dat gij) aanbetaaldet
(dat zij) aanbetalen(dat zij) aanbetaalden
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
betaal aanbetaalt aan
Participios
Participio presenteParticipio pasado
aanbetalend, aanbetalende(hebben) aanbetaald

Traducciones

esperantopagi la unuan parton
francéspayer un premier acompte; verser un premier acompte
inglésmake a down payment