Información sobre la palabra benauwd (neerlandés → Esperanto: timiga)

Sinónimos: angstaanjagend, angstwekkend, beangstigend, vervaarlijk, vreeswekkend

Categoría gramaticaladjetivo
Pronunciación/bəˈnʌʊ̯t/
Separaciónbe·nauwd

Grados de comparación

Positivobenauwd
Comparativobenauwder
Superlativobenauwdst

Declinación

 PositivoComparativoSuperlativo
Predicativobenauwdbenauwder(het) benauwdst, (het) benauwdste
AtributivoIndefinidoPlural masulino y femininobenauwdebenauwderebenauwdste
Singular masculinobenauwdbenauwderbenauwdst
Pluralbenauwdebenauwderebenauwdste
Definidobenauwdebenauwderebenauwdste
Partitivobenauwdsbenauwders 

Muestras de uso

Dat was een benauwd ogenblikje voor me.

Traducciones

alemángrausig
españoltemeroso
esperantotimiga
francésformidable; sinistre
frisón de Saterlandgjouelk; eekelk
inglésfearful