Sinónimos: afloop, gevolg, resultaat, uitkomst, uitvloeisel, voortvloeisel
| Categoría gramatical | sustantivo |
|---|
| Pronunciación | /ˈœʏ̯tslɑx/ |
|---|
| Separación | uit·slag |
|---|
| Género | masculino |
|---|
| Plural | uitslagen |
|---|
De hoogleraar boog zich bevreemd over de plantjes, maar de assistent wachtte de uitslag van het onderzoek niet af.
Vrijdag werd de definitieve uitslag door de kiescommissie naar buiten gebracht.
Wij zullen hier de uitslag van de strijd afwachten.
In een interview met NBC zei Trump deze week de uitslag in november alleen te accepteren als hij vindt dat de verkiezingen eerlijk zijn verlopen.
Hoor eens, ik betaal dubbel als ik morgenochtend de uitslag kan komen halen.
We zullen niks zeggen, maar dan moet je ons ook de uitslagen laten zien.