Información sobre la palabra waarmerken (neerlandés → Esperanto: aŭtentigi)

Categoría gramaticalverbo

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) waarmerk(ik) waarmerkte
(jij) waarmerkt(jij) waarmerkte
(hij) waarmerkt(hij) waarmerkte
(wij) waarmerken(wij) waarmerkten
(jullie) waarmerken(jullie) waarmerkten
(gij) waarmerkt(gij) waarmerktet
(zij) waarmerken(zij) waarmerkten
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) waarmerke(dat ik) waarmerkte
(dat jij) waarmerke(dat jij) waarmerkte
(dat hij) waarmerke(dat hij) waarmerkte
(dat wij) waarmerken(dat wij) waarmerkten
(dat jullie) waarmerken(dat jullie) waarmerkten
(dat gij) waarmerket(dat gij) waarmerktet
(dat zij) waarmerken(dat zij) waarmerkten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
waarmerkwaarmerkt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
waarmerkend, waarmerkende(hebben) gewaarmerkt

Traducciones

alemánauthentisieren; bestätigen; beglaubigen; beurkunden
esperantoaŭtentigi; aŭtentikigi
francéscertifier; homologuer; valider; authentiquer
inglésauthenticate