Información sobre la palabra zicht (neerlandés → Esperanto: vido)

Sinónimos: gezicht, zien

Categoría gramaticalsustantivo
Pronunciación/zɪxt/
Separaciónzicht
Géneroneutro

Muestras de uso

Wat hij vreesde, was dat de regen zijn plannen in de war zou sturen doordat het zicht er aanmerkelijk door zou verminderen.
Het moest echter weer gestaakt worden toen het zicht zo slecht werd dat de schepen niet langer veilig manoeuvreren konden.
Voor zonsondergang waren we al uit zicht van het vasteland.
Van welke kant je ook kijkt, je hebt een magnifiek zicht op het gebied.

Traducciones

alemánAussehen; Gesicht; Sehen; Sicht
checopohled; vidění; výhled
españolvista
esperantovido; vidado
francésvue
frisón de SaterlandUutsjoon; Gesicht; Sjoon; Sicht
ingléssight
italianovista
noruegoutsikt
papiamentobista
portuguésaspecto