Sinónimos: gespeend van, ontbloot van, verstoken van, zonder te, minus
| Categoría gramatical | preposición |
|---|
| Pronunciación | /ˈzɔndər/ |
|---|
| Separación | zon·der |
|---|
Het eiland verlaten was onmogelijk zonder een paspoort of geld.
Kom hij er een huren zonder chauffeur?
Dit was geen zeilen, zonder kluiver en bezaan.
Zij leest nog zonder bril, ook de kleine lettertjes.
Ge zijt niet zonder bondgenoten, ook al kent ge ze niet.
Zonder Vaduz zou hij niet meer zijn dan jij.
Maar aan het eind van de middag zaten maandag nog steeds 170.000 huishoudens zonder stroom.