Información sobre la palabra óverdrijven (neerlandés → Esperanto: pasi)

Sinónimos: overgaan, vergaan

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈovərdrɛɪ̯və(n)/
Separaciónover·drij·ven

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(hij) drijft over(hij) dreef over
(zij) drijven over(zij) dreven over
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat hij) óverdrijve(dat hij) overdreve
(dat zij) overdrijven(dat zij) overdreven
Participios
Participio presenteParticipio pasado
overdrijvend, overdrijvende(zijn) overgedreven

Muestras de uso

De wolken waren overgedreven en maanlicht danste over de op het strand brekende golven.