Información sobre la palabra onttrekken (neerlandés → Esperanto: deturni)

Sinónimos: afdraaien, afkeren, afwenden

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ɔnˈtrɛkə(n)/
Separaciónont·trek·ken

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) onttrek(ik) onttrok
(jij) onttrekt(jij) onttrok
(hij) onttrekt(hij) onttrok
(wij) onttrekken(wij) onttrokken
(jullie) onttrekken(jullie) onttrokken
(gij) onttrekt(gij) onttrokt
(zij) onttrekken(zij) onttrokken
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) onttrekke(dat ik) onttroke
(dat jij) onttrekke(dat jij) onttroke
(dat hij) onttrekke(dat hij) onttroke
(dat wij) onttrekken(dat wij) onttroken
(dat jullie) onttrekken(dat jullie) onttroken
(dat gij) onttrekket(dat gij) onttroket
(dat zij) onttrekken(dat zij) onttroken
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
onttrekonttrekt
Participios
Participio presenteParticipio pasado
onttrekkend, onttrekkende(hebben) onttrokken

Muestras de uso

Daar beschouwde men de aanval op de Marshalleilanden alleen maar als een poging van de vijand om aan ons zuidelijke operatiegebied kracht te onttrekken.

Traducciones

alemánableiten; abwenden; entwenden
cataláncanviar de direcció; desviar
españolcambiar de dirección; desviar
esperantodeturni
feroésbeina burtur; snara
francésdétourner
frisón de Saterlandoutraale; oukiere
frisón occidentalôfdraaie
inglésdivert
portuguésdesviar