Informatie over het woord onvast (Nederlands → Esperanto: malfirma)

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Uitspraak/ɔnˈvɑst/
Afbrekingon·vast

Verbuiging

Predicatief
AttributiefOnbepaaldManlijk en vrouwelijk enkelvoudonvaste
Onzijdig enkelvoudonvast
Meervoudonvaste
Bepaaldonvaste
Partitiefonvasts

Voorbeelden van gebruik

Ik kwam uit mijn bed en probeerde te staan, maar mijn benen waren nog onvast.
Hij liep met onvaste tred het dorp binnen en kwam meteen op haar af.

Vertalingen

Duitslose; locker; schwach; unsicher; wackelig; lasch; schlaff; schwankend
Engelsloose; unstable
Esperantomalfirma; nefirma