Informatie over het woord makelaar (Nederlands → Esperanto: makleristo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈmakəlaːr/
Afbrekingma·ke·laar
Geslachtmanlijk
Meervoudmakelaars, makelaren

Voorbeelden van gebruik

Een maand geleden kreeg een van de boeren hierop een geweldig hoog bod, via een makelaar.
De juwelendiefstal bij de makelaar Van Vlaanderen staat niet op zichzelf.
De makelaar tot wie hij zich richtte, kende de Parsi inderdaad.

Vertalingen

Deensejendomsmægler
DuitsMakler
Engelsbroker
Esperantomakleristo
Faeröerssemingsmaður; millumgongumaður
Fransreprésentant
IJslandsfasteignasali
Noorseiendomsmekler
Portugeescorretor
SaterfriesMääksmon
Spaanscomisionista; corredor
Tsjechischdohodce; zprostředkovatel
Westerlauwers Friesmakelder
Zweedsmäklare