Informatie over het woord koepel (Nederlands → Esperanto: kupolo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈkupəl/
Afbrekingkoe·pel
Geslachtmanlijk
Meervoudkoepels

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
koepeltjekoepeltjes

Voorbeelden van gebruik

Alsof dat een sein was, gingen als in antwoord lichten aan in de verre koepels en torens.
Reith staarde verlangend naar de grote witte koepel.
Zij begaven zich naar de openstaande deur, traden de koepel binnen en sloten die.
Maar dat had u me ook in de koepel kunnen vertellen.

Vertalingen

Catalaanscúpula
DuitsDom; Gewölbedach; Kuppel; Panzerkuppel; Geschützbefestigung
Engelscupola; dome
Esperantokupolo
Faeröerskúpa
Portugeescúpula; zimbório
SaterfriesDoom; Gewölft; Kuppel
Spaanscúpula
Tsjechischbáň; kopule
Westerlauwers Frieskoepel