Informatie over het woord bommenwerper (Nederlands → Esperanto: bombaviadilo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈbomə(n)ʋɛrpər/
Afbrekingbom·men·wer·per
Geslachtmanlijk
Meervoudbommenwerpers

Voorbeelden van gebruik

Als leider van een sterke macht van 90 bommenwerpers en gevechtsvliegtuigen tijdens de aanval op Rabaul zag ik slechts twee vijandelijke vliegtuigen.

Vertalingen

Engelsbomber
Esperantobombaviadilo; bombilo
Grieksβομβαρδιστικό
Noorsbombefly
Portugeesavião de bombardeio
Spaanslanzabombas
Westerlauwers Friesbommewerper