Informatie over het woord paddestoel (Nederlands → Esperanto: fungo)

Synoniemen: zwam, fungus

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈpɑdəstul/
Afbrekingpad·de·stoel
Geslachtmanlijk
Meervoudpaddestoelen

Voorbeelden van gebruik

Er wordt veel gereisd tegenwoordig en die dingen schieten als paddestoelen uit de grond.
En wat ben je van plan met die paddestoelen te doen?
Het was de markies de Cantecler, die op die plek een zeldzame paddestoel geplukt had.
Ook de paddestoelen dragen bij aan die sfeer.

Vertalingen

Afrikaanspaddastoel
Catalaansbolet
Deenssvamp
DuitsPilz
Engelsfungus; mushroom; toadstool
Esperantofungo
Faeröerssoppur; hundaland
Finssieni
Hongaarsgomba
Italiaansfungo
Latijnfungus
Maleisjamur
Noorssopp
Papiamentsdjipopo
Portugeescogumelo; fungo
Russischгриб
SaterfriesÄidswom; Poagestoul
Spaanshongo; seta
Sranantodoprasoro
Tsjechischhouba; hřib
Westerlauwers Friespoddestoel
Zweedssvamp