Synoniemen: nogmaals, opnieuw, van voren af aan, weer, alweer, weder, andermaal
| Woordsoort | bijwoord |
|---|
| Uitspraak | /ʋedəˈrɔm/ |
|---|
| Afbreking | we·der·om |
|---|
Ik glimlachte wederom.
Wederom is de werkloosheid flink gestegen.
Doch eenklaps wendde hij zich wederom tot haar.
Meelfabriek De Molen heeft ingaande maandag 31 juli wederom de prijzen van haar producten verhoogd.
In de strijd om de derde plek verloor Uruguay wederom met 3–2, toen van Duitsland.
Wat je volgens Schrijver wederom kan vaststellen is dat de Russische Zwarte‐Zeevloot bijzonder kwetsbaar is en op dit moment weinig kan uitrichten.