Informatie over het woord bank (Nederlands → Esperanto: banko)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/bɑŋk/
Afbrekingbank
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudbanken

Voorbeelden van gebruik

De Deense bank moest daarvoor een boete van 2 miljard dollar betalen.
Ik sta rood bij de bank.
Beleggers maken zich zorgen over de Amerikaanse regering, die onderzoekt of Jerome Powell, voorzitter van de centrale bank, ontslagen kan worden.
Wel moet de Griekse overheid bereid zijn om als dat nodig is verdere maatregelen te treffen, aldus de bank.
De bank ABN Amro heeft zijn kantoor in Birma gesloten.

Vertalingen

Afrikaansbank
Albaneesbankë
Catalaansbanc; banca
Deensbank
DuitsBank
Engelsbank
Esperantobanko
Finspankki
Fransbanque
Grieksτράπεζα
Hawaiaanspanakō
Hongaarsbank
IJslandsbanki
Italiaansbanca
LuxemburgsBank
Maleisbangku; bank
NederduitsBank
Noorsbank
Oekraïensбанк
Papiamentsbanko
Poolsbank
Portugeesbanco
Roemeensbancă
Russischбанк
SaterfriesBoank
Schotsbank
Schots-Gaelischbruach
Spaansbanco
Swahilibenki
Tagalogbangko
Thaisธนาคาร
Tsjechischbanka; lavice; lavička
Turksbanka
Welsbanc
Westerlauwers Friesbank
Zweedsbank