Informatie over het woord nasluipen (Nederlands → Esperanto: ŝteliri post)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnaslœʏ̯pə(n)/
Afbrekingna·slui·pen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) sluip na(ik) sloop na
(jij) sluipt na(jij) sloop na
(hij) sluipt na(hij) sloop na
(wij) sluipen na(wij) slopen na
(jullie) sluipen na(jullie) slopen na
(gij) sluipt na(gij) sloopt na
(zij) sluipen na(zij) slopen na
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) nasluipe(dat ik) naslope
(dat jij) nasluipe(dat jij) naslope
(dat hij) nasluipe(dat hij) naslope
(dat wij) nasluipen(dat wij) naslopen
(dat jullie) nasluipen(dat jullie) naslopen
(dat gij) nasluipet(dat gij) naslopet
(dat zij) nasluipen(dat zij) naslopen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
sluip nasluipt na
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
nasluipend, nasluipende(zijn) nageslopen

Voorbeelden van gebruik

Terwijl hij Seidelmann omzichtig nasloop, zorgde hij er wijselijk voor een afstand te bewaren.

Vertalingen

Engelssteal after
Esperantoŝteliri post