Informatie over het woord verschimmelen (Nederlands → Esperanto: ŝimi)

Synoniemen: schimmelen, beschimmelen

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verschimmel(ik) verschimmelde
(jij) verschimmelt(jij) verschimmelde
(hij) verschimmelt(hij) verschimmelde
(wij) verschimmelen(wij) verschimmelden
(jullie) verschimmelen(jullie) verschimmelden
(gij) verschimmelt(gij) verschimmeldet
(zij) verschimmelen(zij) verschimmelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verschimmele(dat ik) verschimmelde
(dat jij) verschimmele(dat jij) verschimmelde
(dat hij) verschimmele(dat hij) verschimmelde
(dat wij) verschimmelen(dat wij) verschimmelden
(dat jullie) verschimmelen(dat jullie) verschimmelden
(dat gij) verschimmelet(dat gij) verschimmeldet
(dat zij) verschimmelen(dat zij) verschimmelden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verschimmelend, verschimmelende(zijn) verschimmeld

Vertalingen

Duitsschimmeln; verschimmeln
Engelsgo mouldy; get mouldy
Esperantoŝimi
Fransmoisir
Portugeesbolorecer; mofar
Saterfriesferschimmelje; skimmelje; ferskimmelje
Spaansenmohecerse
Westerlauwers Friesskimmelje
Zweedsmögla