Informatie over het woord charme (Nederlands → Esperanto: ĉarmo)

Synoniemen: bekoorlijkheid, bekoring

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈsjɑrmə/
Afbrekingchar·me
Geslachtvrouwelijk
Meervoudcharmes

Voorbeelden van gebruik

Ik wierp al mijn charme in de strijd.
„Hallo, Gloria?” zei de Saint, met in zijn toon al de charme waarover hij beschikken kon.
Dat maakt deel uit van mijn charme.

Vertalingen

Deensynde
DuitsAnmut; Charme; Reiz; Liebreiz; Zauber
Engelscharm
Esperantoĉarmo
Italiaansfascino; incanto
Portugeesatractivo; delícia; encanto; fascinação; graça
Spaansencanto; gracia
Westerlauwers Friesbekoaring
Zweedsbehag