Informatie over het woord bestormen (Nederlands → Esperanto: sturmi)

Synoniem: stormen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈstɔrmə(n)/
Afbrekingbe·stor·men

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bestorm(ik) bestormde
(jij) bestormt(jij) bestormde
(hij) bestormt(hij) bestormde
(wij) bestormen(wij) bestormden
(jullie) bestormen(jullie) bestormden
(gij) bestormt(gij) bestormdet
(zij) bestormen(zij) bestormden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bestorme(dat ik) bestormde
(dat jij) bestorme(dat jij) bestormde
(dat hij) bestorme(dat hij) bestormde
(dat wij) bestormen(dat wij) bestormden
(dat jullie) bestormen(dat jullie) bestormden
(dat gij) bestormet(dat gij) bestormdet
(dat zij) bestormen(dat zij) bestormden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
bestormbestormt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bestormend, bestormende(hebben) bestormd

Voorbeelden van gebruik

Anders hadden ze vast en zeker de brug al bestormd.
Ze proberen ons ertoe te verleiden om die hoogte te bestormen.
Meerdere personen die op 6 januari 2021 het Capitool bestormden, mogen maandag naar Washington voor de inauguratie van Donald Trump.
Hij vond er een zestal soldaten, die hem met lansen bestormden.

Vertalingen

Afrikaansbestorm; storm
Engelsassault; storm; rush
Engels (Oudengels)abrecan
Esperantosturmi; kurataki
Faeröersleypa á
Fransdonner l’assaut
Portugeesassaltar; atacar correndo
Spaansasaltar; atracar; cargar
Zweedsstorma