Synoniemen: wetering, kreek, stroom, waterloop
| Woordsoort | zelfstandig naamwoord |
|---|
| Uitspraak | /bek/ |
|---|
| Afbreking | beek |
|---|
| Geslacht | historisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk |
|---|
| Meervoud | beken |
|---|
| Verkleinwoord |
|---|
| Enkelvoud | Meervoud |
|---|
| beekje | beekjes |
Op beide oevers van de beek verschenen nu mannen uit het bos.
Het dal werd door de in de beek brandende olie fel verlicht.
Het water in de Nederlandse beken en rivieren blijft stijgen als gevolg van de vele regen.
Het gevaar van overstromingen van de beken in Zuid‐ en Midden‐Limburg lijkt geweken.