Informatie over het woord resulteren (Nederlands → Esperanto: rezulti)

Synoniemen: uitkomen, volgen, voortkomen, voortspruiten, voortvloeien, uitpakken, uitvallen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/rezɵlˈteːrə(n)/
Afbrekingre·sul·te·ren

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) resulteert(hij) resulteerde
(zij) resulteren(zij) resulteerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) resultere(dat hij) resulteerde
(dat zij) resulteren(dat zij) resulteerden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
resulterend, resulterende(hebben) geresulteerd

Voorbeelden van gebruik

De BTW‐verhoging resulteert volgens de bank in slechts 285 miljoen euro extra belastinginkomsten van hotels, een bedrag dat ver onder de verwachte opbrengst van 912 miljoen euro ligt.

Vertalingen

Catalaansresultar
Duitsresultieren
Engelsresult
Esperantorezulti; rezultatigi
Fransrésulter; aboutir
Nederduitsvolgen
Portugeesredundar; resultar
Saterfriesresultierje
Spaansresultar; seguirse