Informatie over het woord radbraken (Nederlands → Esperanto: radpuni)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈrɑdbrakə(n)/
Afbrekingrad·bra·ken

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) radbraak(ik) radbraakte
(jij) radbraakt(jij) radbraakte
(hij) radbraakt(hij) radbraakte
(wij) radbraken(wij) radbraakten
(jullie) radbraken(jullie) radbraakten
(gij) radbraakt(gij) radbraaktet
(zij) radbraken(zij) radbraakten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) radbrake(dat ik) radbraakte
(dat jij) radbrake(dat jij) radbraakte
(dat hij) radbrake(dat hij) radbraakte
(dat wij) radbraken(dat wij) radbraakten
(dat jullie) radbraken(dat jullie) radbraakten
(dat gij) radbraket(dat gij) radbraaktet
(dat zij) radbraken(dat zij) radbraakten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
radbraakradbraakt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
radbrakend, radbrakende(hebben) geradbraakt

Vertalingen

Esperantoradpuni