Synoniemen: indienen, vertonen, voorstellen, aanbieden, bieden, doen, voorzetten, brengen, inbrengen, offreren, voorschotelen, voorleggen
| Woordsoort | werkwoord |
|---|
| Uitspraak | /prezənˈteːrə(n)/ |
|---|
| Afbreking | pre·sen·te·ren |
|---|
Vervoeging
| Aantonende wijs |
|---|
| Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|
| (ik) presenteer | (ik) presenteerde |
| (jij) presenteert | (jij) presenteerde |
| (hij) presenteert | (hij) presenteerde |
| (wij) presenteren | (wij) presenteerden |
| (jullie) presenteren | (jullie) presenteerden |
| (gij) presenteert | (gij) presenteerdet |
| (zij) presenteren | (zij) presenteerden |
| Aanvoegende wijs |
|---|
| Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|
| (dat ik) presentere | (dat ik) presenteerde |
| (dat jij) presentere | (dat jij) presenteerde |
| (dat hij) presentere | (dat hij) presenteerde |
| (dat wij) presenteren | (dat wij) presenteerden |
| (dat jullie) presenteren | (dat jullie) presenteerden |
| (dat gij) presenteret | (dat gij) presenteerdet |
| (dat zij) presenteren | (dat zij) presenteerden |
| Gebiedende wijs |
|---|
| Enkelvoud/Meervoud | Meervoud |
|---|
| presenteer | presenteert |
| Deelwoorden |
|---|
| Tegenwoordig deelwoord | Verleden deelwoord |
|---|
| presenterend, presenterende | (hebben) gepresenteerd |
De conclusies van het onderzoek werden donderdag gepresenteerd op een persconferentie.
Ze kwam terug met schalen vol lekkernijen en liep presenterend rond.
Zij waren nu in de hal teruggekomen, waar de thee gepresenteerd werd.
De Europese Commissie heeft donderdag een uitgebreid defensieplan gepresenteerd.
Hij haalde een koker uit zijn zak en presenteerde.
Het wordt tijd dat ik zijn rekening eens ga presenteren!