Informatie over het woord stoppen (Nederlands → Esperanto: plenigi)

Synoniemen: dempen, vullen, spekken, vólmaken, volladen, invullen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈstɔpə(n)/
Afbrekingstop·pen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stop(ik) stopte
(jij) stopt(jij) stopte
(hij) stopt(hij) stopte
(wij) stoppen(wij) stopten
(jullie) stoppen(jullie) stopten
(gij) stopt(gij) stoptet
(zij) stoppen(zij) stopten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) stoppe(dat ik) stopte
(dat jij) stoppe(dat jij) stopte
(dat hij) stoppe(dat hij) stopte
(dat wij) stoppen(dat wij) stopten
(dat jullie) stoppen(dat jullie) stopten
(dat gij) stoppet(dat gij) stoptet
(dat zij) stoppen(dat zij) stopten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stopstopt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stoppend, stoppende(hebben) gestopt

Voorbeelden van gebruik

Gimpli stopte opnieuw zijn pijp.
Stuurman Draadgaren zat op het luik een pijp te stoppen terwijl hij wat mistroostig in de opkomende mist staarde.
Hij zei lange tijd niets, maar terwijl hij zijn pijp stopte en deze aanstak, kon ik zien dat hij nieuwsgierig naar mij was.
Hij haalde zijn pijp te voorschijn en begon die zorgvuldig te stoppen.

Vertalingen

Albaneesmbush
Deensfylde
Duitsausfüllen; erfüllen; füllen
Engelsfill
Esperantoplenigi
Faeröersfylla
Franscompléter
IJslandsfylla
Latijnopplere
Maleisisi; mengisi
Papiamentsyena
Poolswypełnić
Portugeescompletar; encher
Saterfriesuutfälle; ful moakje; uutfulle
Schots-Gaelischlìon
Spaansllenar
Srananfuru
Thaisใส่; ถม
Westerlauwers Friesfolje
Zweedsfylla; ifylla; uppfylla