Informatie over het woord verraden (Nederlands → Esperanto: perfidi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/vəˈradə(n)/
Afbrekingver·ra·den

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verraad(ik) verried, verraadde
(jij) verraadt(jij) verried, verraadde
(hij) verraadt(hij) verried, verraadde
(wij) verraden(wij) verrieden, verraadden
(jullie) verraden(jullie) verrieden, verraadden
(gij) verraadt(gij) verriedt, verraaddet
(zij) verraden(zij) verrieden, verraadden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verrade(dat ik) verriede, verraadde
(dat jij) verrade(dat jij) verriede, verraadde
(dat hij) verrade(dat hij) verriede, verraadde
(dat wij) verraden(dat wij) verrieden, verraadden
(dat jullie) verraden(dat jullie) verrieden, verraadden
(dat gij) verradet(dat gij) verriedet, verraaddet
(dat zij) verraden(dat zij) verrieden, verraadden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verraadverraadt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verradend, verradende(hebben) verraden

Voorbeelden van gebruik

„Hoewel je dit alles weet,” zei de stem scherp, „heb je toch geen poging gedaan ons te verraden?”
In plaats daarvan verraadt u me nu opnieuw.

Vertalingen

Afrikaansverraai
Catalaanstrair
Duitsverraten; im Stich lassen
Engelsbetray
Esperantoperfidi
Finspettää
Franstrahir
Noorsforråde
Papiamentstraishoná
Portugeesatraiçoar; trair
Saterfriesferräide; ferklikke
Spaanstraicionar
Sranantori
Tsjechischprozradit; zradit
Westerlauwers Friesferriede
Zweedsförråda