Informatie over het woord zich verslikken (Nederlands → Esperanto: misgluti)

Woordsoortwederkerend werkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verslik mij(ik) verslikte mij
(jij) verslikt je(jij) verslikte je
(hij) verslikt zich(hij) verslikte zich
(wij) verslikken ons(wij) verslikten ons
(jullie) verslikken ons(jullie) verslikten ons
(gij) verslikt u(gij) versliktet u
(zij) verslikken zich(zij) verslikten zich
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) mij verslikke(dat ik) mij verslikte
(dat jij) je verslikke(dat jij) je verslikte
(dat hij) zich verslikke(dat hij) zich verslikte
(dat wij) ons verslikken(dat wij) ons verslikten
(dat jullie) ons verslikken(dat jullie) ons verslikten
(dat gij) u verslikket(dat gij) u versliktet
(dat zij) zich verslikken(dat zij) zich verslikten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verslik jeverslikt je
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
zich verslikkend, zich verslikkende(hebben) zich verslikt

Voorbeelden van gebruik

Hij las het bericht aan zijn ontbijt, zodat hij zich in zijn thee verslikte.