Informatie over het woord fiasco (Nederlands → Esperanto: malsukceso)

Synoniemen: echec, mislukking, strop

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/fiˈjɑsko/
Afbrekingfi·as·co
Geslachtonzijdig
Meervoudfiasco’s

Voorbeelden van gebruik

In ieder geval was het feit dat admiraal Yamamoto niet de noodzakelijke instructies aan de onder zijn bevel staande schepen doorgaf, een belangrijke oorzaak van het fiasco van Midway.
Het was een fiasco geworden.
Mensen lezen graag over fiasco’s, Gerry.

Vertalingen

DuitsMißerfolg; Scheitern
Engelsfailure; fiasco; flop
Esperantomalsukceso
Papiamentsfrakaso
Portugeesinsucesso; malogro
Spaanschasco; fiasco; fracaso
Westerlauwers Friesmislearring