Informatie over het woord vertragen (Nederlands → Esperanto: malrapidigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/vərˈtraɣə(n)/
Afbrekingver·tra·gen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) vertraag(ik) vertraagde
(jij) vertraagt(jij) vertraagde
(hij) vertraagt(hij) vertraagde
(wij) vertragen(wij) vertraagden
(jullie) vertragen(jullie) vertraagden
(gij) vertraagt(gij) vertraagdet
(zij) vertragen(zij) vertraagden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) vertrage(dat ik) vertraagde
(dat jij) vertrage(dat jij) vertraagde
(dat hij) vertrage(dat hij) vertraagde
(dat wij) vertragen(dat wij) vertraagden
(dat jullie) vertragen(dat jullie) vertraagden
(dat gij) vertraget(dat gij) vertraagdet
(dat zij) vertragen(dat zij) vertraagden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
vertraagvertraagt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
vertragend, vertragende(hebben) vertraagd

Voorbeelden van gebruik

De Saint vertraagde zijn stap toen hij haar naderde.
Wellicht vertraagden zij de tocht opzettelijk.
Zondag bliezen Oekraïense troepen voor de tweede keer een brug op om de aanvoer van Russische troepen naar het gebied te vertragen.

Vertalingen

Engelsslow
Esperantomalrapidigi
Fransralentir