Informatie over het woord elleboog (Nederlands → Esperanto: kubuto)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈɛləbox/
Afbrekingel·le·boog
Geslachtmanlijk
Meervoudellebogen

Voorbeelden van gebruik

Dexter stootte ongeduldig zijn elleboog aan.
Zijn ellebogen rustten op zijn bureau.
Ik buitte dit op slag uit, drukte met kracht beide ellebogen zijwaarts en kreeg mijn rechterhand los.
Hij ging weer zitten, met de ellebogen steunend op de knieën.

Vertalingen

Afrikaanselmboog
Albaneesbërryl
Catalaanscolze
Deensalbue
DuitsEllbogen; Ellenbogen
Engelselbow
Engels (Oudengels)elboga; elnboga
Esperantokubuto
Faeröersalbogi
Franscoude
Grieksαγκώνας
Hongaarskönyök
Italiaansgomito
Jamaicaans Creoolselbo
Latijnancon
Noorsalbue
Papiamentsèlebog
Portugeescotovelo
SaterfriesÄlbooge
Schotselbuck
Spaanscodo
Tagalogsiko
Thaisข้อศอก
Tsjechischloket
Turksdirsek
Welselin; penelin
Westerlauwers Friesearmtakke
Zweedsarmbåge