Informatie over het woord maken (Nederlands → Esperanto: krei)

Synoniemen: creëren, scheppen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈmakə(n)/
Afbrekingma·ken

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) maak(ik) maakte
(jij) maakt(jij) maakte
(hij) maakt(hij) maakte
(wij) maken(wij) maakten
(jullie) maken(jullie) maakten
(gij) maakt(gij) maaktet
(zij) maken(zij) maakten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) make(dat ik) maakte
(dat jij) make(dat jij) maakte
(dat hij) make(dat hij) maakte
(dat wij) maken(dat wij) maakten
(dat jullie) maken(dat jullie) maakten
(dat gij) maket(dat gij) maaktet
(dat zij) maken(dat zij) maakten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
maakmaakt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
makend, makende(hebben) gemaakt

Voorbeelden van gebruik

Ook de andere schilderijen die hier hangen, zijn niet in Londen gemaakt.

Vertalingen

Afrikaansskep
Albaneeskrijoj
Catalaanscrear
Duitsschaffen; erschaffen; kreieren; erzeugen; bilden
Engelscreate
Engels (Oudengels)gescieppan
Esperantokrei
Faeröersskapa
Finsluoda
Franscréer
Latijncreare
Luxemburgsschaffen
Papiamentskrea
Poolstworzyć
Portugeescriar; fazer; instituir
Roemeenscrea
Saterfrieswinne; uutgjuchte; skafje; skäppe
Spaanscrear
Srananmeki
Thaisสร้าง
Tsjechischstvořit; tvořit; utvořit; vytvořit; vytvářet
Westerlauwers Friesskeppe; meitsje
Zweedsskapa