Informatie over het woord bouwmateriaal (Nederlands → Esperanto: konstrumaterialo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈbʌʊ̯matərijal/, /ˈbʌʊ̯mɑtrijal/
Afbrekingbouw·ma·te·ri·aal
Geslachtonzijdig
Meervoudbouwmaterialen

Voorbeelden van gebruik

Zijn vader had vrijwel geen land bezeten en nu het geld dat hij uit Zuid‐Amerika had meegebracht, verdwenen was, waren er alleen maar schulden in verband met de bouwmaterialen die gebruikt hadden moeten worden voor het opknappen en verbouwen van het oude huis.
Op dat moment greep er achter zijn rug een explosie plaats, zodat hij met grote kracht voorwaarts werd geslingerd, te midden van stenen en ander bouwmateriaal.
Maar hoe gaat u dat doen als er geen bouwmateriaal is?
Voor voedsel en bouwmateriaal was men grotendeels afhankelijk van import uit Europa.
En het bouwmateriaal is op.
Daarnaast zijn de kosten voor bouwmaterialen fors gestegen.

Vertalingen

Deensbyggemateriale
DuitsBaumaterial
Engelsbuilding material
Esperantokonstrumaterialo
IJslandsbyggingarefni
LuxemburgsBaumaterial
Noorsbygningsmateriale
Zweedsbyggnadsmaterial