Informatie over het woord vullen (Nederlands → Esperanto: farĉi)

Synoniem: opvullen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈvɵlə(n)/
Afbrekingvul·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) vul(ik) vulde
(jij) vult(jij) vulde
(hij) vult(hij) vulde
(wij) vullen(wij) vulden
(jullie) vullen(jullie) vulden
(gij) vult(gij) vuldet
(zij) vullen(zij) vulden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) vulle(dat ik) vulde
(dat jij) vulle(dat jij) vulde
(dat hij) vulle(dat hij) vulde
(dat wij) vullen(dat wij) vulden
(dat jullie) vullen(dat jullie) vulden
(dat gij) vullet(dat gij) vuldet
(dat zij) vullen(dat zij) vulden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
vulvult
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
vullend, vullende(hebben) gevuld

Voorbeelden van gebruik

Je kunt de kalkoen ook vullen met bijvoorbeeld een mengsel van spek, champignons en kruiden.

Vertalingen

Duitsfüllen; stopfen; farcieren
Engelsstuff
Esperantofarĉi
Fransfourrer
Portugeesrechear
Saterfriesfälle; apfälle; stopje; knuusje; propje; prousje
Spaansmechar; rellenar