Informatie over het woord Egyptenaar (Nederlands → Esperanto: egipto)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/eˈɣɪptənaːr/
AfbrekingEgyp·te·naar
Geslachtmanlijk
MeervoudEgyptenaren, Egyptenaars

Voorbeelden van gebruik

„Ja, ik wilde u spreken”, zei de jonge Egyptenaar en keek Biggles aan.
De christenen vormen ongeveer 10 procent van de bevolking van 79 miljoen Egyptenaren.

Vertalingen

AfrikaansEgiptenaar
EngelsEgyptian
Esperantoegipto