Informatie over het woord invullen (Nederlands → Esperanto: plenigi)

Synoniemen: dempen, vullen, spekken, stoppen, vólmaken, volladen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈinvɵlə(n)/
Afbrekingin·vul·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) vul in(ik) vulde in
(jij) vult in(jij) vulde in
(hij) vult in(hij) vulde in
(wij) vullen in(wij) vulden in
(jullie) vullen in(jullie) vulden in
(gij) vult in(gij) vuldet in
(zij) vullen in(zij) vulden in
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) invulle(dat ik) invulde
(dat jij) invulle(dat jij) invulde
(dat hij) invulle(dat hij) invulde
(dat wij) invullen(dat wij) invulden
(dat jullie) invullen(dat jullie) invulden
(dat gij) invullet(dat gij) invuldet
(dat zij) invullen(dat zij) invulden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
vul invult in
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
invullend, invullende(hebben) ingevuld

Voorbeelden van gebruik

Vervolgens vulde hij vier formulieren in.
De sergeant telefoneerde, er werd een formulier gehaald en ingevuld en ondertekend door Silvani.
De psychologische test, waarvoor Hilary bang was geweest, bleek een gewoon routineonderzoek te zijn, waarbij dokter Rubec ook weer een groot formulier invulde.

Vertalingen

Albaneesmbush
Deensfylde
Duitsausfüllen; erfüllen; füllen
Engelsfill; fill in; fill up
Esperantoplenigi
Faeröersfylla
Franscompléter
IJslandsfylla
Latijnopplere
Maleisisi; mengisi
Papiamentsyena
Poolswypełnić
Portugeescompletar; encher
Saterfriesuutfälle; ful moakje; uutfulle
Schots-Gaelischlìon
Spaansllenar
Srananfuru
Thaisใส่; ถม
Westerlauwers Friesfolje
Zweedsfylla; ifylla; uppfylla