Informatie over het woord overhoopschieten (Nederlands → Esperanto: pafmortigi)

Synoniemen: doodschieten, fusilleren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ovərˈɦopsxiyə(n)/
Afbrekingover·hoop·schie·ten

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schiet overhoop(ik) schoot overhoop
(jij) schiet overhoop(jij) schoot overhoop
(hij) schiet overhoop(hij) schoot overhoop
(wij) schieten overhoop(wij) schoten overhoop
(jullie) schieten overhoop(jullie) schoten overhoop
(gij) schiet overhoop(gij) schoot overhoop
(zij) schieten overhoop(zij) schoten overhoop
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) overhoopschiete(dat ik) overhoopschote
(dat jij) overhoopschiete(dat jij) overhoopschote
(dat hij) overhoopschiete(dat hij) overhoopschote
(dat wij) overhoopschieten(dat wij) overhoopschoten
(dat jullie) overhoopschieten(dat jullie) overhoopschoten
(dat gij) overhoopschietet(dat gij) overhoopschotet
(dat zij) overhoopschieten(dat zij) overhoopschoten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schiet overhoopschiet overhoop
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
overhoopschietend, overhoopschietende(hebben) overhoopgeschoten

Vertalingen

Afrikaansdoodskiet
Deensihjelskyde
Duitserschießen
Engelsshoot dead; shoot; shoot to death
Esperantopafmortigi; mortpafi
Fransabattre
Westerlauwers Friesdeasjitte; deadsjitte