Informatie over het woord opeisen (Nederlands → Esperanto: deklari sin respondeca pri)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɔpɛɪ̯sə(n)/
Afbrekingop·ei·sen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) eis op(ik) eiste op
(jij) eist op(jij) eiste op
(hij) eist op(hij) eiste op
(wij) eisen op(wij) eisten op
(jullie) eisen op(jullie) eisten op
(gij) eist op(gij) eistet op
(zij) eisen op(zij) eisten op
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) opeise(dat ik) opeiste
(dat jij) opeise(dat jij) opeiste
(dat hij) opeise(dat hij) opeiste
(dat wij) opeisen(dat wij) opeisten
(dat jullie) opeisen(dat jullie) opeisten
(dat gij) opeiset(dat gij) opeistet
(dat zij) opeisen(dat zij) opeisten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
eis opeist op
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
opeisend, opeisende(hebben) opgeëist

Voorbeelden van gebruik

Het Oekraïense leger heeft de aanval bij Sotči niet opgeëist.

Vertalingen

Engelsclaim
Esperantodeklari sin respondeca pri