Informatie over het woord uithangen (Nederlands → Esperanto: troviĝi)

Synoniemen: vóórkomen, zich bevinden, verkeren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tɦɑŋə(n)/
Afbrekinguit·han·gen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) hang uit(ik) hing uit
(jij) hangt uit(jij) hing uit
(hij) hangt uit(hij) hing uit
(wij) hangen uit(wij) hingen uit
(jullie) hangen uit(jullie) hingen uit
(gij) hangt uit(gij) hingt uit
(zij) hangen uit(zij) hingen uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uithange(dat ik) uithinge
(dat jij) uithange(dat jij) uithinge
(dat hij) uithange(dat hij) uithinge
(dat wij) uithangen(dat wij) uithingen
(dat jullie) uithangen(dat jullie) uithingen
(dat gij) uithanget(dat gij) uithinget
(dat zij) uithangen(dat zij) uithingen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uithangend, uithangende(hebben) uitgehangen

Voorbeelden van gebruik

Op dat moment had ik er ook geen idee van waar Ralph uithing.

Vertalingen

Afrikaanshom bevind; verkeer
Duitssich befinden
Engelsbe; be found; find oneself
Esperantotroviĝi; trovi sin
Westerlauwers Friesfoarkomme