Informatie over het woord vallen (Nederlands → Esperanto: fali)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈvɑlə(n)/
Afbrekingval·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) val(ik) viel
(jij) valt(jij) viel
(hij) valt(hij) viel
(wij) vallen(wij) vielen
(jullie) vallen(jullie) vielen
(gij) valt(gij) vielt
(zij) vallen(zij) vielen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) valle(dat ik) viele
(dat jij) valle(dat jij) viele
(dat hij) valle(dat hij) viele
(dat wij) vallen(dat wij) vielen
(dat jullie) vallen(dat jullie) vielen
(dat gij) vallet(dat gij) vielet
(dat zij) vallen(dat zij) vielen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
vallend, vallende(zijn) gevallen

Voorbeelden van gebruik

Het regime van de Syrische president Bashshār al‐ʾAsad is zondag gevallen.

Vertalingen

Duitsfallen
Engelsfall
Esperantofali
Franstomber
Jamaicaans Creoolsfaal