Informatie over het woord aanhalen (Nederlands → Esperanto: karesi)

Synoniemen: aaien, strelen, liefkozen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈanɦalə(n)/
Afbrekingaan·ha·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) haal aan(ik) haalde aan
(jij) haalt aan(jij) haalde aan
(hij) haalt aan(hij) haalde aan
(wij) halen aan(wij) haalden aan
(jullie) halen aan(jullie) haalden aan
(gij) haalt aan(gij) haaldet aan
(zij) halen aan(zij) haalden aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanhale(dat ik) aanhaalde
(dat jij) aanhale(dat jij) aanhaalde
(dat hij) aanhale(dat hij) aanhaalde
(dat wij) aanhalen(dat wij) aanhaalden
(dat jullie) aanhalen(dat jullie) aanhaalden
(dat gij) aanhalet(dat gij) aanhaaldet
(dat zij) aanhalen(dat zij) aanhaalden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
haal aanhaalt aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanhalend, aanhalende(hebben) aangehaald

Voorbeelden van gebruik

Ze haalde de kat aan, en tilde hem op.

Vertalingen

Afrikaansaai; aanhaal
Catalaansacariciar; acaronar
Deensstryge
Duitsstreicheln; liebkosen; zärtlich sein
Engelscaress; fondle; pet
Esperantokaresi
Faeröerskína; kela; ynda
Finshyväillä
Franscaresser
Italiaansaccarezzare
Latijnadmulcere; adulare
Papiamentskarisiá
Portugeesacariciar; afagar; mimosear
Roemeensdezmierda; mângâia
Saterfriesstrookje; aisje; fummelje; striekelje
Spaansacariciar
Sranankori
Thaisลูบ; ลูบไล้; ไล้
Tsjechischhladit; pohladit
Westerlauwers Friesaaie; streakje
Zweedsklappa