Informatie over het woord pas (Nederlands → Esperanto: karto)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/pɑs/
Afbrekingpas
Geslachtmanlijk
Meervoudpassen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
pasjepasjes

Voorbeelden van gebruik

De besteller legde uit waarom hij alleen maar een pas behoefde te laten zien en geen treinkaartje.

Vertalingen

Afrikaanskaart
Engelspass
Esperantokarto