Informatie over het woord deployeren (Nederlands → Esperanto: deploji)

Synoniemen: in slagorde opstellen, inzetten, in stelling brengen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/deplʋaˈjeːrə(n)/
Afbrekingde·plo·ye·ren

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) deployeer(ik) deployeerde
(jij) deployeert(jij) deployeerde
(hij) deployeert(hij) deployeerde
(wij) deployeren(wij) deployeerden
(jullie) deployeren(jullie) deployeerden
(gij) deployeert(gij) deployeerdet
(zij) deployeren(zij) deployeerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) deployere(dat ik) deployeerde
(dat jij) deployere(dat jij) deployeerde
(dat hij) deployere(dat hij) deployeerde
(dat wij) deployeren(dat wij) deployeerden
(dat jullie) deployeren(dat jullie) deployeerden
(dat gij) deployeret(dat gij) deployeerdet
(dat zij) deployeren(dat zij) deployeerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
deployeerdeployeert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
deployerend, deployerende(hebben) gedeployeerd

Vertalingen

DuitsGefechtsformation annehmen lassen; aufmarschieren lassen
Engelsdeploy
Esperantodeploji