Informatie over het woord schatten (Nederlands → Esperanto: taksi)

Synoniemen: begroten, ramen, waarderen, taxeren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈsxɑtə(n)/
Afbrekingschat·ten

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schat(ik) schatte
(jij) schat(jij) schatte
(hij) schat(hij) schatte
(wij) schatten(wij) schatten
(jullie) schatten(jullie) schatten
(gij) schat(gij) schattet
(zij) schatten(zij) schatten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) schatte(dat ik) schatte
(dat jij) schatte(dat jij) schatte
(dat hij) schatte(dat hij) schatte
(dat wij) schatten(dat wij) schatten
(dat jullie) schatten(dat jullie) schatten
(dat gij) schattet(dat gij) schattet
(dat zij) schatten(dat zij) schatten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schatschat
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
schattend, schattende(hebben) geschat

Voorbeelden van gebruik

Zijn horloge stond stil, maar hij schatte dat het een uur of één was.
Ik schat hem een jaar of vijfenveertig oud.
Hij liep voort, geen behoefte voelend aan voedsel of water, en zijn pas was ongewoon krachtig, maar hij had de afstand toch verkeerd geschat, en de zon begon al onder te gaan, terwijl hij zijn tocht nog niet had volbracht.
Hij schatte dat de offensieve operaties van de eerste fase voor het grootste deel tegen het midden van mei beëindigd zouden zijn.
Later maakte Sam me wakker, naar ik schatte kort na middernacht.

Vertalingen

Afrikaansraam; beraam
Duitsschätzen
Engelsestimate
Esperantotaksi
Nederduitsskatten