Informatie over het woord volhouden (Nederlands → Esperanto: teni sin)

Synoniemen: standhouden, zich handhaven

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈvɔlɦʌʊ̯(d)ə(n)/
Afbrekingvol·hou·den

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) hou vol, houd vol(ik) hield vol
(jij) houdt vol(jij) hield vol
(hij) houdt vol(hij) hield vol
(wij) houden vol(wij) hielden vol
(jullie) houden vol(jullie) hielden vol
(gij) houdt vol(gij) hieldt vol
(zij) houden vol(zij) hielden vol
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) volhoude(dat ik) volhielde
(dat jij) volhoude(dat jij) volhielde
(dat hij) volhoude(dat hij) volhielde
(dat wij) volhouden(dat wij) volhielden
(dat jullie) volhouden(dat jullie) volhielden
(dat gij) volhoudet(dat gij) volhieldet
(dat zij) volhouden(dat zij) volhielden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hou vol, houd volhoudt vol
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
volhoudend, volhoudende(hebben) volgehouden

Voorbeelden van gebruik

Kunt u het hier nog een klein uur volhouden?
Ik begrijp niet hoe hij ’t volhoudt!
Een maand lang betwijfelde ik of ik het zou volhouden.

Vertalingen

Esperantoteni sin