Informatie over het woord zien (Nederlands → Esperanto: vidi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/zin/
Afbrekingzien

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) zie(ik) zag
(jij) ziet(jij) zag
(hij) ziet(hij) zag
(wij) zien(wij) zagen
(jullie) zien(jullie) zagen
(gij) ziet(gij) zaagt
(zij) zien(zij) zagen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) zie(dat ik) zage
(dat jij) zie(dat jij) zage
(dat hij) zie(dat hij) zage
(dat wij) zien(dat wij) zagen
(dat jullie) zien(dat jullie) zagen
(dat gij) ziet(dat gij) zaget
(dat zij) zien(dat zij) zagen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
ziend, ziende(hebben) gezien

Voorbeelden van gebruik

Ook de Franse president Emmanuel Macron ziet een rol voor González.

Vertalingen

Afrikaanssien
Duitssehen
Engelssee
Esperantovidi
Fransvoir
Nederduitsseen
Westerlauwers Friessjen