Informatie over het woord gelegenheid (Nederlands → Esperanto: okazo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ɣəˈleɣə(n)ɦɛɪ̯t/
Afbrekingge·le·gen·heid

Voorbeelden van gebruik

Denk je dat ik me zo’n gelegenheid voorbij laat gaan?
De paus leidde hem naar de tuin en gaf hem gelegenheid alles te zeggen wat hij op het hart had.
Je moet ook gelegenheid hebben om in de buurt rond te kunnen kijken.

Vertalingen

Afrikaansgeleentheid
Esperantookazo; okazaĵo
Fransoccasion
Welscyfle