Informatie over het woord knokkelkoorts (Nederlands → Esperanto: dengo)

Synoniemen: denguekoorts, dengue

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈknɔkəlkoːrts/
Afbrekingknok·kel·koorts
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk

Voorbeelden van gebruik

Een recordaantal Nederlanders heeft in het afgelopen half jaar in het buitenland knokkelkoorts opgelopen, blijkt uit cijfers van de wereldwijd actieve alarmcentrale Eurocross.
De tijgermug kan verschillende infectieziektes overbrengen, waaronder gele koorts en knokkelkoorts.
Met hulp van de gemeenschap kan knokkelkoorts onder controle worden gehouden, zo denkt ze.

Vertalingen

DuitsDenguefieber; Siebentagfieber
Engelsdengue fever; breakbone fever
Esperantodengo
Portugeesdengue
Thaisไข้เลือด